Aankondiging


31 Dec 2015

Meditatie bij een ander Kerstverhaal… meditatie van de stadspredikant…




Kerstfeest begon in de nacht. In de nacht van de Engelen. God wordt mens en door de nacht dringt het licht bij ons naar binnen, in ons hart, in onze ziel – er is licht – er is de Engelenzang – er is hoop… Voor de wereld, voor ons persoonlijk…

Het Evangelie naar Lucas vertelt er ook zo heerlijk over – een schitterende ouverture heeft Lucas ervan gemaakt. Twee hele hoofdstukken lang… Maar nu kijken we es naar Mattheus. En ’t is of je een hamer op je kop krijgt: nog maar net is de Immanuel geboren, de God-met-ons gevierd, nog maar net hebben de magiërs, de wijzen uit het Oosten voor hem geknield en hem geschenken gegeven, en nu begint het eerste lijden al.
Bij Mattheus wordt de geboorte wordt minder lang uitgesmeerd dan bij Lucas, waaruit we lazen op Kerstmorgen of in de Kerstnacht. …
Het geboorteverhaal bij Mattheus is kort en krachtig. Geen aankondiging aan Maria, geen herberg, geen stal en geen herders – maar een droom van Jozef – waarin wordt verteld dat Maria een zoon zal baren, zonder dat hij eraan te pas is gekomen.
En de vraag naar het ware koningschap wordt door Mattheus al meteen aan de orde gesteld.
We horen dat koning Herodus (Matth2, 7vv) na nauwkeurige onderzoekingen en schijnheilige beloften heimelijk een moord voorbereidde op een weerloze koning – nadat hij vergeefs heeft gewacht op de terugkomst van de magiers wordt hij razend, hij laat immers niet met zich spotten: hij ontstak in hevige woede. Dat is kennelijk zo als heersers in hun macht worden aangetast. Zo is dat in onze wereldorde. Waar anderen de macht van hen, die heersen (willen) in de weg staan, wordt al snel het dodende wapen gekozen.

En door een droom wordt Jozef door de ene koning gewaarschuwd tegen de brute machtswellust van de andere…
En Jozef vlucht, samen met zijn vrouw en het kind (Matth2,13vv).
Vluchtende mensen… het is van alle eeuwen.
Mensen op de vlucht, voor de macht van het kwaad, een kind dat het slachtoffer is, van de machtswellust van anderen.
En de boodschap is: het kind dat wij aanbidden (met de magiërs) is daar te vinden: bij de vluchtelingen, in de wereld, in het Midden-Oosten, in ons land, in Antwerpen, bij de weerloze kinderen,bij de slachtoffers.
Niet in het paleis van Herodes, de koning, maar als asielzoeker in Egypte, op de vlucht.

Jozef en Maria en het kind zijn veilig in het onland Egypte. Het Angstenland uit het OT. Het lijkt wel of Mattheus op die manier de exodus, weer in gedachten brengt bij zijn hoorders. En zie: daar waar de Farao van Egypte beslist om alle jongetjes die bij de Hebreeërs geboren worden te doden en te offeren aan de Nijl, daar beslist Herodus om alle jongetjes onder de twee in Bethlehem en het hele gebied te vermoorden. En zoals Mozes uit het water wordt getrokken om zijn volk bevrijdend voor te gaan naar het beloofde land, zo wordt Jezus gered om zijn volk te bevrijden en opnieuw de hoop op het land van belofte, het Koningschap van God-met-ons, in hun hart en handen te leggen.

De evangelist Mattheus haalt veelvuldig het OT aan om als het ware duidelijk te maken: dit kind, dat is niet zomaar uit de lucht komen vallen, maar is de vervulling van de belofte die van oudsher bij de profeten klinkt; dit kind is de vervulling van de heilsverwachting van het volk.
Ook bij de gebeurtenis van de kindermoord, wordt de Schrift geciteerd.
Maar dan komt de vraag op: is dit dan ook een vervulling van een profetische belofte? Dat zou toch al te cynisch zijn. Maar wat moet je dan met zo’n verhaal, in dit verband? Wat betekent het dat God in het verhaal door middel van de engel er wel voor zorgt dat dit kind met zijn moeder ontsnapt, maar dat die andere ‘onnozele’ kinderen gewoon vermoord worden? Had er ook niet een engel naar die andere Bethlehemse gezinnen gestuurd kunnen worden.
Het is de grote vraag naar Gods hand in het lijden.
Hoe kunnen zulke dingen in ‘godsnaam’ gebeuren?

Zullen we nog een keertje kijken wie de plannen maakte voor de kindermoord?

  • • Het bevel van de kindermoord komt van Herodes. Niet van God, noch van de engel (die de dromen bij Jozef brengt). Het zijn mensen, machthebbers, die steeds weer het geweld starten en verbreiden in de wereld en in de geschiedenis.
  • • Er zijn ook de meelopers – de soldaten? Hier wordt niets van gezegd. Zij voeren het bevel uit. De bureaucraten van de vernietiging. Ze zijn er gewoon, kennelijk. Befehl ist Befehl… nog altijd. “Wat moesten we anders doen?” kunnen zulke meelopers soms een beetje mistroostig vragen na de gebeurtenissen van onheil….
  • • Dan citeert Mattheus uit Tenach: Rachel die zich weigert te laten troosten. Dat komt uit Jeremia, en daar gaat het over het volk, de jongens en mannen, die in ballingschap naar Babel worden gevoerd. Rama = Durchgangslager (je zou het kunnen vergelijken met de Dozeinkazerne in Mechelen, waar de joden op de treinen werden gezet naar het onland van Auschwitz en BergenBelzen). Dit citaat is hier niet om iets te vervullen, maar om de parallellen aan te wijzen. Telkens weer in de geschiedenis zijn de kinderen van het volk in gevaar, dreigt de dood, dreigen de machten. Rachel (moeder Israël) wil niet getroost worden – maar ze wordt hier ook niet getroost. De klacht blijft staan, mag gehoord worden, moet niet beantwoord worden met goedkope troost – dat zou lasterlijk zijn. Voor zulk een lijden is immers geen troost – de enige troost zou kunnen bestaan dat het verdriet en de afschuw gehoord worden. Eindelijk gehoord worden!
  • • Het is nergens goed voor – dat kinderen sterven. Dat is Godgeklaagd. Niet God is hier de aangeklaagde – alsof Hij het zou hebben kunnen voorkomen – maar de bedenker van het geweld – de mensen, die zich tegen dit Kind, deze God-met-ons, verheffen

Er is geen troost voor dit leed, voor kinderen die het slachtoffer worden van het geweld van volwassenen.
Er is geen troost, voor kinderen die omkomen in het verkeer.
Er is geen troost voor kinderen die het slachtoffer zijn van seksueel geweld… Soms komt dat naar buiten, maar hoeveel kinderen lijden daar niet in stilte onder?
Er is geen troost voor de kinderen in Syrische vluchtelingenkampen, die in een kort hemmetje de kou en de oorlog moeten overleven… Hoe kan dat in Godsnaam gebeuren? Er is geen troost voor kinderen, die onder het prikkeldraadhek rond Europa moeten doorkruipen in de hoop op een klein beetje begrip, een stukske veiligheid…
Er is geen troost voor kinderen die in Afrika worden geronseld als kindsoldaten. De vraag: hoe krijg je kinderen uit de oorlog, wordt overwoekerd door de vraag hoe krijg je de oorlog uit zo’n kind? Hoe kun je jongeren, die hier bij ons terechtkomen en als kindsoldaat mensen – geliefden soms – hebben moeten doden – hoe kun je hen in Godsnaam steunen om deze ellende een plaats te geven in hun leven zonder door de hel te worden opgevreten? Wat kan je meer doen dan “erbij blijven?”
Waar is er troost voor kinderen op de vuilstortplaatsen van de derde wereld steden, die elke dag hun kostje bij elkaar moeten schrapen.
Waar is er troost voor hun moeders? Hun vaders?

Het verhaal van de “onnozele kinderen in Bethlehem” roept die werkelijkheden op. Net Kerstfeest gevierd: Jezus de Redder, en nu… ontroostbaarheid. Geweld. Dood.

En het is daar doorheen en daarin, dat de boodschap klinkt: dit Kind, op de vlucht voor het geweld, dit Kind Jezus is geboren in deze wereld, in deze wereld van geweld. In een wereld waarin het licht wordt weggedrukt door het donker. In een wereld waar mensen voortdurend op de vlucht worden gedwongen. En, in deze wereld is Hij aan de kant van de vluchtenden, hoort hij bij de slachtoffers, is zijn leven van meet af aan verbonden met het geschonden leven van al die mensen in de knel.

Er is geen troost – Rachel weigert zich te laten troosten.
Onze enige troost is, dat dit Kind deze wereld met ons delen wil.
En omdat van dit Kind gezegd wordt: “Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen”, dat betekent: uit het doodsland, uit het angstland heb Ik, God de Eeuwige, u bevrijd…
Omdat dit Kind zo met Gods bevrijding verbonden is, van meet af aan, van kribbe tot kruis, daarom is dit geen goedkope troost, maar een bemoediging die ons door het leven dragen kan.

Dit Kind is in onze werkelijkheid ingedaald.
Hij deelt ons bestaan, in alles.
In het lijden en in de strijd, in de onbeantwoorde vragen, in de twijfel en de aanvechting. In leven en in sterven. En dat mogen we dan toch vieren: in Hem is de toekomst, kome wat komt!

ds Ina Koeman
december 2015

Op weg naar….

 

Deze tekening werd gemaakt door Daniël Meyfroot,
de zoon van ds Petra Schipper