Algemeen


4 Jul 2014

Dialoogpreek 22 juni 2014




Tijdens de viering in de kerk nav ons 35-jarig bestaan hielden ds Johan Visser en ds Ina Koeman samen een preek, die we “dialoogpreek” waren gaan noemen. De tekst voor deze dialoogpreek kwam uit het evangelie naar Lucas, hoofdstuk 13, vers 6 – 9: de gelijkenis van de vijgenboom.

In de week voorafgaand aan de viering groeide deze preek via de mails, waarin wij met elkaar in dialoog traden. De vrucht van deze dialoog vindt u hieronder uitgeschreven.

Lucas 13, 6 – 9
6 Hij vertelde hun deze gelijkenis: ‘Iemand had een vijgenboom in zijn wijngaard geplant en ging kijken of de boom vrucht droeg, maar hij vond geen vijgen. 7 Hij zei tegen de wijngaardenier: “Al drie jaar kom ik kijken of die vijgenboom vrucht draagt, maar tevergeefs. Hak hem maar om, want hij dient tot niets en put alleen de grond uit.” 8 Maar de wijngaardenier zei: “Heer, laat hem ook dit jaar nog met rust, tot ik de grond eromheen heb omgespit en hem mest heb gegeven, 9 misschien zal hij dan het komende jaar vrucht dragen, en zo niet, dan kunt u hem alsnog omhakken.”’

Geduld
Ina: Wat een idiote gelijkenis… Eigenlijk kan ik het niet uitstaan dat er altijd maar opnieuw “geduld” wordt verwacht… Of zie ik dat verkeerd?

Johan: Verkeerd? Geduld? Ik weet niet of het daar wel over gaat. Als je dit nou bv zou toepassen op de kerk… Dan hoor ik dit als een aansporing om kritisch naar jezelf te kijken en in actie te schieten. Wat levert al ons bidden, zingen, preken, bij elkaar komen op aan leven? En wat is er nodig om vrucht te dragen? Dat is niet evident en gemakkelijk …

Beleid
Ina: Toch blijft het moeilijk voor me. Als ik denk aan alle armoede in Antwerpen – en dan kijk ik nog niet eens naar de rest van de wereld – dan denk ik: er moet toch echt vandaag iets gebeuren. We kunnen het beleid toch niet maar zijn gang laten gaan.

Johan: Dat ben ik wel met je eens – maar toch… we weten dat je ijzer niet met handen kunt breken en dat echte veranderingen vaak traag gaan. En misschien moeten we het ook aandurven om niet te groot te denken. Moeder Teresa: ‘We kunnen geen grote dingen doen, alleen kleine met grote liefde.’ Die grote, kleine liefde draagt vrucht. Of denk ik te klein, te persoonlijk?

Ina: Natuurlijk is “de kleine goedheid” (zoals Levinas die noemt) ook heel belangrijk. Ik vind dat we als persoon, organisatie of kerk die zoveel mogelijk moeten realiseren – dat is elke dag een opdracht. En soms hebben we onze handen daaraan al vol. Misschien wel te vol! En dat kan ook het onrechtvaardige beleid van economie en politiek in de kaart spelen. Ik vind dat het protest tegen alles wat mensen onrecht aan doet minstens net zo belangrijk. Ik mis soms de durf van de kerk om haar nek uit te steken en – naast al de kleine, goede dingen – vooral een tegenstem te laten horen.

Johan: Ja, misschien is daarom ook wel het PSC opgericht. Uit een gemis, een verlegenheid, een verlangen om die tegenstem niet alleen vanuit onze theologie en ons geloof, maar ook vanuit de ervaring van de mensen in onrecht en armoede te laten horen.

Kerk
Ina: Je zei dat daarnet over de kerk… Hoe wil jij dat armen in Antwerpen – of zo je wilt in het PSC – de kerk ontmoeten? Soms zijn de kerken zo met zichzelf bezig… Ik heb vaak het gevoel dat ze aan armen geen boodschap heeft…

Johan: Veel van hen, die we nu even armen noemen, zijn toch zelf bij een kerk. Ze vinden daar troost en kunnen weer tegen een stootje als ze op zondag (of andere dagen) gebeden en gezongen hebben… Zie jij het niet te klein?

Ina: Ja, dat hangt ervan af. Kijk misschien zie ik het inderdaad te klein als ik de kerk beperk tot het instituut of tot de kerkmensen, die op zondag in de kerk komen. Ik zie ook wel gebeuren dat de kerk als beweging op straat kan zijn, juist ook in Borgerhout of in 2060. Maar toch ik zie de kerken zoals we die kennen vaak zo met zichzelf bezig, zo bang om echt vrolijk en vroom te geloven dat het echt ook wel anders kan. Dat de armoede en het onrecht niet echt hoeven!
Ik las vrijdag – toen het wereldvluchtelingendag was – nog in de krant dat de VN-Vluchtelingencommissaris Gutierrez maar één oplossing zag voor de exploderende cijfers van vluchtelingen wereldwijd. (Sinds WOII het grootste cijfer: meer dan 51 miljoen zijn op de vlucht – en daarvan nog het grootste deel in hun eigen land – waar het meestal niet veilig is – of in arme buurlanden -).
Gutierrez zegt: “De kost van oorlogen en andere aanhoudende conflicten en van het feit dat leiders er niet in slagen oorlogen te voorkomen, loopt erg hoog op. Er is simpelweg een gevaarlijk tekort aan vrede. Ngo’s en humanitaire organisaties kunnen het leed wel stelpen, maar politieke oplossingen zijn dringend nodig. Blijven die uit, dan zal het alarmerend aantal conflicten en het massale leed dat van onze nieuwe cijfers druipt blijven toenemen”.
Kijk, ik denk dan, als er nou iemand daadwerkelijke een boodschap van vrede moet brengen dan zijn dat wel de kerken. En dan volstaan we niet met alleen pleisters op een houten been te plakken – dan moeten we echt een tegenbeweging worden tegen het maar doorgaande onrecht van de economie en de politiek.

Johan: Ja, ik deel je frustratie en tegelijk is dat ook weer heel groots, ver weg en ongrijpbaar voor veel mensen. Waar te beginnen? De gelijkenis is scherp en vraagt om concrete vruchten, tegelijk is er geduld en ruimte om ons te laten ‘bemesten’. Er staan soms zomaar mensen op, er worden acties gestart waar we ons bij kunnen aansluiten, soms gaat het traag en we zien ook niet alles wat mensen doen.

PSC
Ina: Vind jij eigenlijk dat het PSC ook iets te leren heeft uit deze gelijkenis?

Johan: Ik wil eigenlijk in de eerste plaats zeggen dat ik het PSC en haar netwerk een vorm van mest voor onze kerken vind en ook wel de hand van de wijngaardenier om bij ons vruchten te bewerken …

Ina: Is dat niet een beetje teveel eer?

Johan: Ik vind van niet – en het gaat niet over eer – het gaat over mest.. en dat lijkt me niet altijd de prettigste rol… Wij in onze kerk hebben met ons rugzakje laten zien wat wij van jullie hebben gekregen… Wij zijn daar dankbaar voor

Ina: Ja, dat snap ik. Maar de rol van mest is idd niet altijd zo fijn… Sommige kerken trekken uiteindelijk hun neus op voor de stank die het verspreidt… Ik bedoel: niet alle kerken hebben boodschap aan onze boodschap van recht en vrede. Verpakken we die misschien te vaak in “strijdmodellen”?

Johan: Misschien komt jullie taal niet altijd overeen met de taal van de kerken en is er niet altijd herkenning en — laten we eerlijk zijn — ook verschil van mening. Verder is het voor het PSC goed om te beseffen dat een groot deel van zijn achterban in een andere leefwereld dan die van de vluchtelingen en armen verkeert. Zij komen weinig met hun strijd in aanraking, hebben ook hun eigen strijd.
Ina: Dat kan. En dat is natuurlijk ook zo... Maar soms vind ik het zachte, trage, onhandige, soms zelfs onverschillige gedoe van de kerken ook zo in strijd met het leven van alledag, en dan tenminste het leven van de armen… Hoe zou jij dat dan overbrengen?

Johan: Dat is een goeie vraag… Ik geloof dat ieder mens voor God op gelijke hoogte staat en dat we leven van wat we in de kerk dan ‘genade’ noemen. Ik denk dat we in de kerk dat moeten leren beseffen: we staan allemaal met lege handen (of moeten eerst veel loslaten), we zijn allemaal arm, vragen ons allemaal af of en hoe ons leven echt vruchtbaar is. Daarin leven we van wat ons wordt geschonken en dat verbroedert en verzustert ons — rijk, arm, hoger of lager opgeleid, ziek, gezond, kansarm en met veel kansen. Die genade creëert een nieuw ‘wij’ — om PSC-taal te gebruiken. En dan is het natuurlijk de stap om van het besef naar de realiteit van alledag te durven stappen. En daar hebben we het PSC bij nodig — om de concrete realiteit te zien, te horen (tot het irriterende toe), te voelen …

Ina: Weet je, volgens mij hebben we dat samen nodig. Wij worden in het PSC ook dagelijks uitgedaagd door de bezoekers, zowel de Belgen als de vluchtelingen. Zij zijn eigenlijk onze mest!
Misschien zou het wel kunnen dat we samen onze onmacht, die we als kerken én als PSC vaak voelen, ombouwen tot kracht. Maar daarvoor hebben we heel erg de kracht en de hoop van de mensen zelf nodig!

Johan: en van God, niet te vergeten.


De vijgenboom
Ina: Die vijgenboom van Lucas… Er zit misschien toch wel iets in. Wij hebben in het PSC nog betere strategieën nodig… Zowel naar het beleid als naar de kerken toe. We moeten wel meer tijd maken om die uit te vinden, dat leer ik van deze gelijkenis. We moeten die geduldig opbouwen en ons telkens daarop weer laten bevragen door de mensen-in-armoede en door de vluchtelingen.

Johan: Ja, en als dat lukt dan brengt dat niet alleen voor de armen maar ook voor de kerken een meerwaarde: als ik de gelijkenis volg, zul je zeker zijn van de vruchten.
Ina: Misschien zal het leven van de armen, de kracht van de verenigingen, de hoop van de vluchtelingen wel echt vruchtbaar worden voor de kerken.. Misschien zal het beleid eindelijk oren krijgen om echt te horen… Ik vind het een hoopvol gegeven

Johan: Ja, en het PSC zelf zal er ook beter van worden: neem de tijd om je rol als mest uit te denken en uit te voeren. En vertrouw erop dat jullie werk — hoe kwetsbaar, frustrerend en ondankbaar soms ook — vrucht zal dragen als je dat met de grote liefde van God en mensen doet.