stoute mensen gezocht!


preek van de nieuwe stadspredikant


 

Zondag 4 maart j.l. werd ds. Petra Schipper bevestigd als nieuwe stadspredikant. Ze volgt hiermee in de voetsporen van ds. Ina Koeman die officieel afscheid neemt op 24 juni. Ds. Petra Schipper ging zelf voor in de dienst. Haar preek, in teken van de nieuwe uitdagingen, leest u hieronder.


Schriftlezing Nehemia 5:1-13

 

Lieve vrienden, vanwaar je ook gekomen bent,

stoute mensen gezocht!  Dáárover gaat precies dit bijbelverhaal. Want zie die Nehemia bezig se, hoe die optreedt: precies een terriër, zo’n ambetante hond die het niet opgeeft tot hij je krijgt waar hij het hebben wil. Wat een held, die Nehemia!

Nee, ik vergis mij: de echte helden hier zijn die dwaze moeders aan het begin van het verhaal. Zij verstouten zich, zij pakken zich bijeen, omwille van hun kinderen, zij doen beklag, zij durven opkomen voor gelijke rechten en kansen. Zó luid en duidelijk, zo ambetant, kijk, Nehemia kan er niet naast horen. 
De echte helden van het verhaal zijn deze straffe madammen. Zoals in de geschiedenis vrouwen wel vaker straf zijn opgetreden, denk maar aan Rosa Parks die in de rassenscheidende bus op de “verkeerde” plek bleef zitten, en daarmee de 20ste eeuwse “Nehemia” Martin Luther King en zijn antiracismebeweging in gang zette.

Straffe madammen en gasten gezocht, stoute mensen, die dúrven klagen, aanklagen, aankaarten, aan de kaak stellen. Met feiten en al, moet Nehemia toegeven. Harde feiten. De cijfers liegen er ook vandaag niet om. Nog nooit is de voedselschaarste zo nijpend geweest ten opzichte van de wereldbevolking, nog nooit lagen de prijzen van voedsel zo hoog als vandaag, nog nooit zat de ongelijkheid zo schandaleus in elkaar, nog nooit nam de verspilling zulke gigantische proporties aan. Een derde van alle voedsel in de wereld wordt weggesmeten, kun je je dat voorstellen?! En raad ’s wie daar de dupe van zijn… En pas op: het gaat, hier in dit verhaal, en àltijd, over meer dan voédseltekort alleen: deze vrouwen vertellen ook over verlies van eigendom, over hoe middelen van inkomen en autonomie hun afgenomen zijn, hoe hun huisvesting op de helling staat, gedoe rond formaliteiten en belastingen – het hangt allemaal samen. Hoe actueel is dit allemaal.

En wie zijn daar dus het ergst de dupe van? Juist: mensen van de zogezegd lagere sociale klassen, mensen zonder macht. Zij zijn het die je hier hoort. Wij worden tot slaven gemaakt van het systeem, zeggen ze. Herkenbaar? Gewone mensen geperst en gewrongen in de prestatiemolen van de kenniseconomie die België is, en als je niet mee kunt op school volgens bepaalde normen vergeet het maar, want diploma’s zijn zogezegd alles, en dan nog die etnische profilering zoals dat zo mooi heet, je weet wel: allochtone kinderen sowieso naar bso…., … allerlei glazen plafonds die mensen hun eerlijke kansen belemmeren. 
Kortom: problemen staan nooit op zichzelf, het is altijd een heel pak tegelijk. Met andere woorden: armoede is het probleem van de hele samenleving. Dat zien we hier dus in dit verhaal.

Nehemia zat nochtans vol goede moed. Met een mooie ploeg en vol idealen was hij vrijwillig teruggekeerd naar zijn land van herkomst, met een strak plan om de boel weer op te bouwen. Goed idee, fijn, dapper ook, maar o die Nehemia, hij wist het allemaal zo goed, hoe dat dan zou moeten. Een valkuil voor ieder mens met idealen, voor ons als we niet oppassen. Voor iedereen met middelen en kansen. Plannen, natuurlijk zijn die nuttig. Natuurlijk zijn structuren belangrijk, onmisbaar zelfs, om orde te krijgen in de chaos, uitweg uit anarchie. Structuur, overzicht. Nehemia bouwt vol ijver een muur, voor de tempel en voor de stad, afgebakende identiteit voor kerk en samenleving. “Wij hebben een sterke stad, een stad met muren en schansen”, zingen we straks. Prachtig. Vrijplaats, asiel, veilig verblijf, zodat kinderen kunnen dansen en jonge en oude mensen kunnen wandelen. Schitterend.

Het PSC heeft dit ook altijd gedaan en is er nog mee bezig. Met plek creëren. Lijnen uitzetten. Vorig jaar, in het Reformatiejaar, met nieuw élan. Het PSC neemt stelling. In stellingen. U vindt ze in uw boekje en we gaan ze straks samen laten horen. Waar staan we voor? Stellingen staan overeind, ze stutten de boel èn maken herstellingswerken mogelijk, zoals in deze kerk tot voor kort en rond muren van kathedralen en andere bouwwerken die renovatie nodig hebben. Renovatie is een ander woord voor reformatie 12 . Er moet altijd gerenoveerd worden.

Stellingen - wist u dat het woord “stelling” in het Nederlands verre familie is van het woord “stout”? Dat woord waarmee ik begon. Stout is als je stelling neemt. Positief dus. Dapper. Koen. Koen is stout.
Tegenwoordig gebruiken we dat woord stout meestal negatief. Stout kind. Stout mag niet. Kinderen moeten lief zijn en braaf. Braaf betekende vroeger trouwens ook iets helemaal anders: denk maar aan het engelse “brave”: dapper. Braaf is dapper, stout. Straf hè, dat die woorden zo in betekenis veranderd zijn, zo slapjes geworden. We hebben in onze tijd stoutheid weggepoetst, uit de opvoeding, uit ons ideaalbeeld van hoe mensen moeten zijn. Je moet lief zijn, aangepast, “dat ik u nie hoor!” Zie dat je niet opvalt, dat je integreert, niet negatief in het nieuws komt. Maar wat wordt er ondertussen toch juist veel geroépen, geschreeuwd, uitgekotst, in de sociale media, in het verkeer en op straat. Ik denk soms dat al die agressie er juist is doordat mensen zich té vaak te aangepast moeten gedragen. Onder hoogdruk, als menselijke robots aan de lopende band of geperst tussen de radertjes in de mallemolen van deze “efficiëntie”maatschappij. Niet verwonderlijk dat 1 op de 8 werknemers het voorbije jaar langer dan een maand ziek thuis zat. Die ontmenselijkende hoogdruk breekt ons allemaal op. Frustratie. Onmacht. We ervaren zo weinig invloed. We mogen niet gezond stout zijn. Dat is een probleem van de héle samenleving. Alles hangt samen.

Maar kijk hier dan in dit verhaal, wat een zalig tegenverhaal. Inspirerend, ook voor het PSC. Wil je je samenleving weer opbouwen? Renoveren? Stutten, met stellingen? Wel, beste Nehemia, beste PSC, beste stadspredikanten, lieve mensen hier vandaag, dat staat of valt met mensen die je in de reden vallen. Die stout durven zijn. Die zelfs de goedwillende samenlevingsopbouwer nog komen ambeteren. Omdat het nodig is.

Daarom is dit hoofdstuk binnen dat bijbelboekje Nehemia wat mij betreft het belangrijkste. Die moeders. Het verhaal eromheen lijkt idealistisch: het gaat over metsen en vechten, over strategieën en tegenstand, over politiek en religie, over identiteit en pluraliteit. Wat een gedrevenheid. En niet altijd even sympathiek. Op het defensieve af soms. Maar die vrouwen, zij roepen tot de orde, zij leggen de vinger op de zere plek, zij leggen de focus waar die moet liggen, voetjes op de grond: samenleving, renovatie, reformatie, allemaal mooi, maar zolang gewone mensen niet fatsoenlijk kunnen wonen en zolang kinderen niet genoeg hebben om te eten, hebben infrastructuurplannen, politieke programma’s, religieuze identiteitsdocumenten, kerkelijke belijdenissen, als die dááraan voorbijgaan, geen enkele betekenis. De samenleving bouw je op van onderaf. Identiteit komt van de grond. 
De vrouwen houden Nehemia scherp. Mensen houden het PSC scherp. De stadspredikant moet het van u hebben. En van jou. En van de straat.

Zo zit de bijbel ook in elkaar. 
Dit bijbelboekje Nehemia is volgens de joden een “geschrift”, (de joodse bijbel het Eerste Testament bestaat uit wet – profeten – geschriften). Een geschrift gaat over de praktijk van de wet en de profeten. Maar pas op: praktijk en theorie kun je niet scheiden. Pas op dat je geen muur ertussen bouwt, om je geloof of je kerk heen. Geloof en praktijk hebben elkaar nodig. Samen worden ze profetie. Een krachtige prikkel. Kijk, het geschriftje Nehemia heeft dankzij deze vrouwen profetische kracht. Nehemia herbouwt de tempel, ijvert voor het geloof, maar, zo klinkt erin door: laat religie alsjeblieft géén mensenvreemd instituut worden. Laat de kerk, ook in onze tijd, in Gods naam niet aan miserie en onrecht voorbij gaan. Dat is wezenlijk. De hele bijbelse omgang met de tempel, godsdienst, de kerk, is altijd fundamenteel profetisch geweest, prikkelend, stout. Weet u hoe de tempel er kwam? Toen koning David zag dat zijn bevolking in mooie huizen woonde, gouden tijden van goede huisvesting voor iedereen, vond de koning het niet kunnen dat Gòd dakloos was. God zelf protesteerde dat hij liever dakloos bleef. Toch bouwde Davids zoon Salomo de tempel. En nú, zoveel eeuwen later, bouwt Nehemia die verwoeste tempel weer op: het huis voor God!, maar nu zijn er mama’s slecht gehuisvest en dakloos en nu zijn zij het die protesteren: hé, en wij dan? Alsof God zelf in hun protest doorklinkt: liever Ik dakloos dan zij. Maak het eerst voor hèn maar in orde. Pas dan zal Ik mij ook weer thuis voelen bij jullie.

Verschans je geloof dus niet achter muren. Geloof toont zich in de samenleving. En waar een hele samenleving mee staat of valt is dit: hoe gaat het met de mensen? Geloof neemt stelling. Voor mensen. Vanuit hùn praktijk. Daarom lijken onze PSC stellingen in hun formuleringen misschien nogal onreligieus. Geen woord over God of bijbel. Doen we daarmee onze protestantse identiteit tekort? Nee, de praktijk leert ons waar het in het geloof op aan komt. Vrouwen, kinderen en mannen houden ons bij de les: hé en wij? Vertaal je geloof naar òns toe, naar onze realiteit. Wees er voor de mensen. Kom voor hen op. In de maatschappij, de kerk, de politiek. Wees luis in de pels. Wees desnoods ambetant, koen, brave, stout. 
Stoute mensen gevraagd. Mensen op de straten en de pleinen, buiten en binnen de kerken, jongeren, vrouwen, mannen,… stadspredikanten, vrijwilligers, verenigingen, …we hebben elkaars stoutheid nodig om de samenleving in de steigers te zetten waar mensen en dus God zich ook in kan thuisvoelen.

Doe jij ook mee? Samen stout? Want dààr zijn we “zoet” mee. Amen.